Examples from the LingQ library
- tegen het kastje geleund,sloot even de oogen -, het
- niet te verstoren en sloot opnieuw de oogen -, ze
- ook belachelijk vonden -, ze sloot haastig het doosje en
- schaamde zich en zij sloot weêr de oogen... - Mijn
- teederheid, en hij ging, sloot de deur. Zij opende
- Welcke zweeg, de oogen sloot... Met een glimlach dacht
- neêr... Van der Welcke sloot zalig de oogen. De
- scheen te verstijven. Zij sloot de oogen, gooide haar
- haar snikken wilde... Constance sloot haar in de armen
- op haar beurt, en sloot de oogen, en bleef
- zal verdrinken in een sloot! - Neen, mama, we zullen

