Examples from the LingQ library
- tuinkamer en ze vatten dadelijk na de begroeting hun
- en dan bel ik dadelijk, noodig of niet, om
- strak en antwoordde niet dadelijk, het gaf Ina het
- den OOST ! antwoordde Cateau, dadelijk, hatelijk. Het partijtje was
- Marianne binnen. Mama ging dadelijk naar hen toe... Een
- heel koel. Van Naghel, dadelijk, werd door mama Van
- uur, en hij ging dadelijk naar boven, om zich
- binnen, en hare stem, dadelijk, klonk agressief... Nu, hoewel
- of zijne zenuwen zich dadelijk als samenkrampten, of hij
- maar hij had haar dadelijk met zijn goedige bromstem
- De kinderen omringden hem dadelijk: en hij voelde zich

