Examples from the LingQ library
- om Klaasje was zij bezorgd, daar het kind héel
- goed, zei Adeline nu bezorgd. - Wat is er... broêrtje
- Nou, wees maar niet bezorgd. Mijn body - hij sloeg
- zei Sylvia. Ze keek bezorgd. ‘Kom op, Sylvia. Laten
- aan. Sylvia keek hem bezorgd aan. Toen namen ze
- gebeurd?' Hij keek Lars bezorgd aan. ‘Nee, maakt u
- De opmerking maakte hem bezorgd. ‘Wat bedoel je met
- Gerard is waarschijnlijk erg bezorgd. Gerard legt de telefoon
- echtgenoot gaat. Hij is bezorgd om haar. Ze weet
- je? Ik was zo bezorgd!' Laura is sprakeloos. ‘Ik
- praten. ‘We waren zo bezorgd!' herhaalt Gerard. Waar ben
Related Phrases
- Ik ben bezorgd
- was te bezorgd over grammatica
- bezorgd over
- Ik was te bezorgd
- Ik begrijp dat jullie bezorgd zijn
- Hij is bezorgd om mij
- maar ja dan kan die niet bezorgd worden
- zeg je nou dat je bezorgd bent dat je iemand ernstig zou kunnen verwonden
- de krant thuis bezorgd krijgen
- Dan wordt die zo snel mogelijk kosteloos op het aangegeven adres bezorgd

