Examples from the LingQ library
- reizen tot de eindbestemming. Maak je geen zorgen! Ik weet de weg
- gebreken. Hij is verdoofd, maak je geen zorgen. Ik zal geen slapende
- onderwijs afschaffen!" Nee, joh. Maak je geen zorgen. Arjen gaat een stapje
- ook naar mijn werk.' ‘Maak je geen zorgen, pa. Ik kleed me
- ken dan alleen Daniel.' ‘Maak je geen zorgen', antwoordt mam. ‘Er zijn
- zo bezorgd!' ‘Hallo, Julia. Maak je geen zorgen. Het gaat goed met
- Je maakt je moe.' ‘Maak je geen zorgen, ik heb energiedrankjes bij
- hij erg achterdochtig geworden. ‘Maak je geen zorgen,' zei Wouter. ‘Ik wil
- Het is … het is …' ‘Maak je geen zorgen. Je bent hier veilig

