×

We use cookies to help make LingQ better. By visiting the site, you agree to our cookie policy.


image

Woord voor woord, Woord voor woord - les 3

Woord voor woord - les 3

hallo

welkom bij woord voor woord

dit is les 3

waar is mijn pen?

waar is mijn pen?

waar?

waar is mijn pen?

mijn pen is onder het boek

op, onder

dit is mijn pen

rick, is dit jouw pen?

nee, dit is mijn pen

ja, dat is jouw pen

dit is mijn pen

ik geef mijn pen aan rick

ik geef, alsjeblieft

dank je wel

ik geef het boek aan rick, alsjeblieft

dank je wel

ik geef het papier aan rick, alsjeblieft

dank je wel

dit is mijn boek

rick, dat is jouw boek

waar is jouw boek?

rick, schrijf jouw naam

schrijf jouw naam op het papier

rick schrijft "rick"

ik schrijf mijn naam

ik schrijf mijn naam op het papier

rick schrijft "rick"

ik schrijf "mirjam"

mirjam is mijn naam

ik schrijf

ik lees

ik lees "mirjam"

ik lees mijn naam

ik lees in het boek

ik lees

ik lees "tas", tas

het woord

woord, woord, woord, woord, woord

allemaal woorden

het woord -- tas

ik lees "tas"

ik schrijf "tas"

ik zit

ik zit op de stoel

ik sta

ik sta voor de stoel

ik sta achter de stoel

voor

achter

ik zit op de stoel

ik zit op de tafel

waar is docent?

ik zit onder de tafel

waar is mijn pen?

mijn pen is onder het boek

mijn pen is op het boek

mijn pen is onder het boek

ik kijk

ik kijk naar de muur

de muur

ik kijk naar de muur

ik kijk naar het raam

ik kijk

ik kijk naar het huis

ik wijs naar het huis

ik kijk, ik wijs

dit is mijn huis

ik woon in dit huis

ik woon in groningen

rick, waar woon jij?

ik woon in groningen

rick woon in groningen

ik woon in groningen

waar woon jij?

dit was les 3

tot de volgende les


Woord voor woord - les 3 Слово в слово - урок 3

hallo Привіт

welkom bij woord voor woord welcome to word for word ласкаво просимо до слова в слово

dit is les 3 this is lesson 3 це урок 3

waar is mijn pen? où est mon stylo où est mon menton де моя ручка

waar is mijn pen? ma plume est sous le livre sous cette де моя ручка

waar? Where? де

waar is mijn pen? де моя ручка

mijn pen is onder het boek my pen is under the book моя ручка під книгою

op, onder up, under на, під

dit is mijn pen це моя ручка

rick, is dit jouw pen? rick, is this your pen? Рік, це твоя ручка?

nee, dit is mijn pen no, this is my pen ні, це моя ручка

ja, dat is jouw pen так, це твоя ручка

dit is mijn pen це моя ручка

ik geef mijn pen aan rick i give my pen to rick Я даю свою ручку Ріку

ik geef, alsjeblieft I give, please Даю будь ласка

dank je wel thank you Дякую тобі

ik geef het boek aan rick, alsjeblieft i give the book to rick please Я даю книгу Рику, будь ласка

dank je wel Дякую тобі

ik geef het papier aan rick, alsjeblieft I'll give the paper to Rick, please Я даю папір Рику, будь ласка

dank je wel

dit is mijn boek це моя книга

rick, dat is jouw boek Рік, це твоя книга

waar is jouw boek? де твоя книга

rick, schrijf jouw naam Рік напиши своє ім'я

schrijf jouw naam op het papier write your name on the paper напишіть своє ім'я на папері

rick schrijft "rick" Рік пише "Рік"

ik schrijf mijn naam Я пишу своє ім'я

ik schrijf mijn naam op het papier Я пишу своє ім'я на папері

rick schrijft "rick" Рік пише "рік"

ik schrijf "mirjam" I write "mirjam" Я пишу "мірям"

mirjam is mijn naam мене звати Міріам

ik schrijf я пишу

ik lees I read я читаю

ik lees "mirjam" i read "mirjam"

ik lees mijn naam я прочитав своє ім'я

ik lees in het boek i read in the book я прочитав у книжці

ik lees я читаю

ik lees "tas", tas I read "bag", bag Читаю «сумка», сумка

het woord the word слово

woord, woord, woord, woord, woord word, word, word, word, word

allemaal woorden all words всі слова

het woord -- tas the word -- bag слово -- сумка

ik lees "tas" i read "bag" я читаю "мішок"

ik schrijf "tas" Я пишу "сумка"

ik zit I sit Є це

ik zit op de stoel I am sitting on the chair Я сиджу на стільці

ik sta I went to the house я стою

ik sta voor de stoel I am in front of the chair Я стою перед кріслом

ik sta achter de stoel I'm behind the chair Я за стільцем

voor in front of перед

achter behind ззаду

ik zit op de stoel I am sitting on the chair Я сиджу на стільці

ik zit op de tafel I am sitting on the table Я сиджу на столі

waar is docent? where is teacher? де вчитель?

ik zit onder de tafel I'm under the table Я під столом

waar is mijn pen? де моя ручка

mijn pen is onder het boek моя ручка під книжкою

mijn pen is op het boek my pen is on the book моя ручка на книзі

mijn pen is onder het boek моя ручка під книгою

ik kijk I watch я дивлюсь

ik kijk naar de muur i look at the wall я дивлюся на стіну

de muur the wall стіна

ik kijk naar de muur i look at the wall я дивлюся на стіну

ik kijk naar het raam I look at the window Дивлюсь у вікно

ik kijk I watch я дивлюсь

ik kijk naar het huis I look at the house я дивлюся на будинок

ik wijs naar het huis I point to the house Я показую на будинок

ik kijk, ik wijs I look, I point Дивлюся, вказую

dit is mijn huis це мій будинок

ik woon in dit huis Я живу в цьому будинку

ik woon in groningen I live in Groningen Я живу в Гронінгені

rick, waar woon jij? Рік, де ти живеш?

ik woon in groningen Я живу в Гронінгені

rick woon in groningen Рік живе в Гронінгені

ik woon in groningen

waar woon jij? Де ти мешкаєш?

dit was les 3 це був урок 3

tot de volgende les until the next lesson до наступного уроку